Het venijn zit in de kleine lettertjes

U bent hier

Home > Nieuws > Het venijn zit in de kleine lettertjes

Gesprek met digidokter Joachim Leeman

Wie zijn ze, de digidokters? Je zou ze kunnen omschrijven als de Flying Doctors van onze tijd; ze crisscrossen doorheen de regio en geven antwoord op eerste hulpvragen rond digitaliteit en multimedia. In ons vorige tijdschrift kon je al kennismaken met Robrecht Gossaert. Vandaag zetten we Joachim Leeman in de kijker. In het dagelijkse leven is hij ICT-medewerker bij de stad Deinze, in het weekend kom je hem geregeld in talrijke bibliotheken tegen als digidokter. 

Zijn motivatie? “Mensen kopen massaal smartphones, laptops en tablets, maar ze missen vaak een beetje uitleg over de installatie, configuratie en algemene werking van het toestel. Het frustreert me dat zij aan hun lot worden overgelaten. We zitten op een digitale sneltrein, alles evolueert razendsnel, maar veel gebruikers kunnen die technologische vernieuwingen nauwelijks of niet behappen. Zo is mijn interesse ontstaan om mee te stappen in het Digidokter-verhaal en op een heel laagdrempelige manier mensen wegwijs te maken in het digitale landschap.”

Wie maak je wegwijs?

Ik merk dat het publiek bij Digidokter overwegend uit senioren bestaat. Dat is natuurlijk een erg dankbaar doelpubliek. Maar het is niet enkel deze groep die baat heeft bij wat bijscholing. In de Digidokter-sessies zie ik gelukkig ook dertigers en veertigers in het publiek zitten. Zij kunnen soms de indruk wekken dat hen niets meer moet worden aangeleerd. Maar als je er dieper op ingaat merk je dat ze vaak tekort schieten in het efficiënt gebruik van digitale tools. Daarom is het Digidokter-concept zo goed: het vindt plaats op een zaterdagvoormiddag en iedereen kan eraan deelnemen. 

Je hebt de voorbije jaren heel wat vorming gegeven over ‘mobiele toestellen’ (smartphones en tablets). Hoe evalueer je die enorme ommezwaai die de IT-wereld op dat vlak gekend heeft? 

Als ik naar de groepen kijk waar ik vorming aan geef, zeker de senioren, merk ik dat ze niet zonder vaste computer of laptop kunnen. Een tablet of smartphone gebruiken ze enkel voor het versturen of lezen van e-mails, of om op het internet iets op te zoeken. Andere apps of clouddiensten gebruiken ze zelden, of slechts met mondjesmaat. En als ze er al gebruik van maken, dan zijn ze er zich niet altijd van bewust. Wie bijvoorbeeld een Android-smartphone activeert logt typisch in met zijn Google-account, en zal zijn foto’s daarna, soms tot grote verrassing, zien verschijnen op Google Drive. Hoe die daar zijn gekomen, dat is hen een raadsel. 

Zie je nog andere gevolgen waar nog onvoldoende begrip over bestaat?

Als iets gratis is, dan ben jij het product. Niet veel mensen lezen de kleine lettertjes of staan stil bij de privacy-politiek van bijvoorbeeld Google of Facebook. Maar volwassenen, en zeker senioren zijn meestal wel bekommerd om wat er met hun meest vertrouwelijke gegevens (zoals foto’s) gebeurt. De jongste generatie daarentegen lijkt er helemaal niet meer van wakker te liggen. Jongeren zijn doorgaans erg vlot met nieuwe technologie, maar ze staan nauwelijks stil bij de gevolgen van hun acties. Denk maar aan het soms onbesuisde gedrag bij het gebruik van Snapchat. En hier ligt toch een rol voor het onderwijs, die momenteel niet of onvoldoende wordt opgenomen. Er zou vanuit die hoek meer rond mediawijsheid moeten gebeuren. 

Hoe ga je zelf met online diensten om? Is dat bij jou veranderd de voorbije jaren?

Ik gebruik online diensten puur praktisch. Het klopt dat mobiele diensten of clouddiensten het leven veel gemakkelijker maken. Het nadeel is dat je steeds een internetverbinding nodig hebt, en de kans dat je account gehackt wordt is niet onbestaande. Om mij beter te beveiligen heb ik een wachtwoordmanager voor al mijn online wachtwoorden. Waar mogelijk gebruik ik een tweestapsverificatie: je logt in met iets dat je weet (wachtwoord) in combinatie met iets dat je hebt (vb een code die naar je telefoon wordt gestuurd). Ik besteed ook bewust geld aan een antivirus; een extra beveiliging kan nooit kwaad. 

Is het enkel een kwestie van goed geïnformeerd te zijn als klant? Of ligt er ook nog werk op de plank bij politici?

Als je een account aanmaakt op Facebook, Google e.a. moet je je goed bewust zijn van de voorwaarden en de gevolgen. Die staan in kleine lettertjes. Zelf lig ik er niet echt wakker van, ik weet grosso modo wel wat er met mijn gegevens gebeurt. Als je gerichte, ‘slimme’ reclame te zien krijgt kan je dat als een voordeel beschouwen, maar het is natuurlijk niet altijd zo nuttig of plezant. Soms merk je na een kleine zoekactie op Google dat waar je ook heen surft, je steeds dezelfde advertenties te zien krijgt. Het is alsof een opdringerige verkoper je niet meer wil loslaten tot je het product gekocht hebt.

We staan wat dat betreft trouwens nog maar aan het begin van een verontrustende trend. Amazon werkte in de VS een proefproject uit met zogenaamde ‘beacon’-technologie: in fysieke winkels traceren ze via allerlei sensoren in welke producten een klant interesse toonde, maar niet kocht. Deze producten worden vervolgens ongevraagd toegestuurd met een ‘gratis retour’-mogelijkheid. Ondertussen heeft de klant natuurlijk het product in huis en zal zij of hij de neiging hebben om het te houden (en dus te betalen). Zoiets gaat heel ver.

Interview: Merijn Supply en Maarten Vanhee

PRAKTISCH

Joachim Leeman begeleidt de volgende Digidokter-sessies: