Het filocafé: een ontmoeting van gedachten en ideeën

U bent hier

Home > Nieuws > Het filocafé: een ontmoeting van gedachten en ideeën

In gesprek met Fons Vandormael, begeleider van het filocafé in Tielt

 
Hij ziet eruit zoals je in je fantasie een filosoof voorstelt. Een man met een respectabel jaren op de teller, een grijze baard en een zachte ironische monkellach op de lippen. Een man met een open en zachtmoedige blik waar je graag een avond wil mee doorpraten. Maar vergis je niet bij deze Limburger in West-Vlaanderen. Als lector op rust, in ‘Religie, Zingeving en Levensbeschouwing’ aan Hogeschool VIVES, is nog lang niet aan rusten toe. Zijn 24 uren per dag zijn te weinig. Hij blijft druk als voorzitter van een scholengemeenschap. Zijn zoeken in het beleid focust op hoe identiteit vandaag kan ingevuld en beleefd worden. 
Je vindt hem heel regelmatig aan het roer van het filocafé in Tielt. Fons is de man die met gerichte vragen de deelnemers, met zachte dwang, verleidt tot dieper nadenken met een open geest. 
 
Je hebt al heel veel filosofische cafés begeleid, kan je zeggen wat een filocafé precies is en wat je er zo aantrekkelijk aan vindt?
 
Uiteindelijk is het bij mij allemaal begonnen bij het blijven steken in mijn kinderlijke houding van ‘Waarom…?’ ‘Ik begrijp niet goed waarom…’ Waar veel mensen deze houding kwijtraken, heb ik dat nooit verleerd, en toen ik die vragen niet meer aan anderen stelde, ben ik ze in boeken gaan opzoeken. En wat me opviel, of zo beleefde ik dat althans, is dat romans uiteindelijk geen antwoorden geven, maar je meenemen in hun verhaal en je uitdagen om er je eigen hoofdstukken aan toe te voegen, naar de grond van de dingen. En op die bodem lag nooit het definitieve antwoord, maar wel het mysterie van de werkelijkheid. Dat heeft me mijn hele leven aangetrokken: dicht bij dat mysterie gaan leven en soms, heel soms, mocht ik binnentreden en voelde ik een wereld opengaan die niet in woorden te vatten is, maar je wel laat voelen dat je leeft. En dan moest ik weer naar de oppervlakte, gewoon gaan leven, maar toch wel intenser.
 
Daar gaat het mij ook om in filocafés: vanuit een vraag op zoek gaan naar de kern van de dingen, en als je even bij die kern hebt vertoefd, je ogen en oren weer open doen en … verder leven, gewoon en toch anders.
 
Dat valt mij ook op bij de deelnemers van een filocafé: het is telkens een boeiende zoektocht, die intenser wordt naargelang we dichter bij de kern van de vraag komen. En de vraag op zich is niet het belangrijkste, wel het gevoel dat ze zich laat openbreken en dat je op avontuur mag gaan.
 
Als je vraagt wat een filocafé aantrekkelijk maakt, dan denk ik dat het zit in dat verlangen om luisterend, sprekend, denkend, twijfelend je gedachten te laten rijpen. Maar even, misschien nog belangrijker, is dat je het niet alleen doet, dat je in een kring van mensen zit die mee stappen in die tocht. Ze denken met je mee, ze stellen je in vraag, ze bevestigen je, ze dagen je uit om met goede argumenten te komen voor de beweringen die je doet.
 
Welke vragen komen zoal aan bod tijdens een filocafé? 
 
Belangrijk is dat de vraag die we kiezen voldoende ruimte biedt om op exploratie te gaan. Daar besteden we ook relatief veel tijd aan. Er worden vragen voorgesteld, afgetoetst of ze filosofisch interessant zijn en dan wordt er gestemd. Eens een vraag gekozen is, vallen alle andere vragen weg en wordt die gekozen vraag de centrale vraag van iedereen.
De beste vragen zijn die waarvan we voelen dat er niet een eenduidig antwoord op te geven is, maar ook dat we zelfs de methode nog niet kennen hoe we haar zullen aanpakken. 
Sommige vragen zijn heel breed en vaag, bvb. ‘wat is geluk? Andere zijn veel concreter: ’moet ik gehoorzamen aan de leider die ikzelf gekozen heb?’ of ‘zijn mannen de schuld van de miserie in de wereld?’
 
Sommigen zeggen: de vragen zijn belangrijker dan de antwoorden, klopt dat?
 
Vaak zeggen deelnemers dat ze bij het eind van het gesprek meer vragen dan antwoorden hebben. Soms frustreert dat, maar dan komt ook weer het gevoel boven dat de intensiteit van het gesprek het belangrijkste resultaat is. Er staan ook geen punten op het goede antwoord of op dé quote die plots in de groep valt. Het laatste woord hoeft niet gezegd. Het water kabbelt voort in de beek en versmelt op het eind met de wachtende oceaan. Het is geen wedstrijd, wel een ontmoeting van gedachten en ideeën. 
De afspraak in het filocafé is dat we allen ons eigen denken in het geding brengen. Beroep doen op een grote denker of op een artikel uit de krant of een tijdschrift mag niet. Maar je voelt wel dat mensen die veel lezen, even een voorsprong hebben. Het is aan de begeleider om die gezagsargumenten te neutraliseren en het eigen denken als basis van ideeën te nemen.
 
Wie kan deelnemen aan een filocafé? Voor wie is een filocafé bedoeld? 
 
Ons filocafé staat open voor iedereen. Geen toegangsproef, geen diploma is vereist, integendeel. Alleen de openheid om te luisteren en argumenterend aan het gesprek deel te nemen is een grondhouding. Soms zeggen mensen die voor de eerste keer komen dat ze eens komen luisteren, maar dat duurt niet lang. Als het gesprek prikkelend genoeg is heeft iedereen zin om actief mee te doen. 
Maar denken gebeurt niet altijd in gesproken woorden. Wie luistert is ook aan het denken. Het is ook aan de begeleider om aan te voelen wanneer iemand aan spreken toe is, maar nog wat aarzelt. Dan kan ondersteuning wel goed zijn.
 
Is er een verschil voor wie filosofie gestudeerd heeft en wie niet om te filosoferen?
 
Het valt mij op dat wie filosofie gestudeerd heeft vaak een eerder encyclopedische kennis van de filosofie heeft. Maar dit heeft voor gevolg dat de andere deelnemers in het gesprek in de hoek gedrumd worden. En dan wordt het een zaak van luisteren. In ons café valt het op dat dit niet geapprecieerd wordt. We gaan ervan uit dat iedereen in staat is gedachten te kunnen formuleren. Met vragen als ‘wat bedoel je?’ of  ‘kan je dat eens met een voorbeeld verduidelijken?’ lukt het de meeste deelnemers om een volwaardige inbreng te hebben. Soms geef ik als begeleider wel een toelichting bij een bepaalde gedachte, probeer ik ze filosofisch wat te situeren in haar historische context. Vaak heeft dat voor gevolg dat het gesprek tegelijk complexer, maar ook opener wordt.
 
Kun je zeggen 'wat je leert' door aan zulke gesprekken deel te nemen? Gaat het vooral om filosofische inhouden of zijn er ook vaardigheden die je ontwikkelt? 
 
Ik weet niet of de deelnemers ‘geleerder’ naar huis gaan. Dat moet volgens mij ook niet de bedoeling zijn. Wel belangrijk is dat zij aangeven dat zij echt ‘in’ het gesprek, ‘in’ het thema zaten en dat zij dat appreciëren. Daarom geloof ik dat mensen die een tijdje naar het café komen gaandeweg ook intenser met levensvragen of zinvragen omgaan. Ik merk ook dat ze genuanceerder denken over bepaalde items, dat ze behoedzamer een mening geven, dat ze minder een gedachte in het midden laten vallen, maar een bijdrage willen leveren aan het denken van de groep. Inzichten en denkvaardigheden sluiten nauw op elkaar aan. Kritisch met je eigen denken omgaan vat dit misschien wel samen.
 
Is filosoferen niet een luxe, of ruimer: welke plek heeft of moet het filosoferen in onze samenleving hebben?
 
Toen René Descartes in 1637 stelde: ‘JE pense, donc JE suis’, heeft hij ons denken bevrijd. Ik denk dat hij ons daarmee weggeleid heeft uit onze kindertijd: ‘Het is aan jou om vragen te mogen stellen en om op zoek te mogen gaan naar een antwoord op die vragen.’ Zijn we toen volwassen geworden? Helemaal niet. Toen pas begon onze puberteit: die moeizame relatie tussen gezag en eigen denken, het twijfelen aan het bestaan van een eigen waarheid en het recht om daarnaar te leven. We zijn nu bijna vier eeuwen verder en we staan nu nog maar op de drempel van de volwassenheid.
Ik pleit er daarom ook voor om filosoferen een volwaardige plaats te geven in het onderwijs: denken, argumenteren, discussiëren moet daar geleerd kunnen worden. Ik zou het goed vinden dat we in plaats van naar psychologen te gaan eens op de sofa bij een filosofisch consultant gaan zitten, alleen of met anderen samen, om na te denken bij de zinvragen, bij de vragen die voortdurend opduiken in ons leven.
 
Geen filosofie zonder vraag, maar niet alle vragen zijn belangrijk. Welke (maatschappelijke) vragen moeten we ons vandaag stellen volgens jou...?
 
Soms kan het boeiend zijn om met vragen bezig te zijn die puur speculatief zijn, maar ik pleit er ook voor om zowel grote als kleine maatschappelijke vragen op een filosofische manier te benaderen. Ik heb wel een lijstje dat ik in het midden zou willen werpen:
kan ik mijn persoonlijk denken overeind houden in een wereld die er alleen op uit is mij te verleiden met kitsch? Hoe onderscheid ik waarheid en leugen? Hoe los ik de spanning tussen mijn ik-betrokkenheid en mijn gericht zijn op de ander op?  Is een mens verplicht om ethisch te denken?
 
Interview: Jan Timmerman
 

PRAKTISCH

Er staan filosofische café's in Tielt gepland op 

Telkens om 20u in Theater Malpertuis, Stationsstraat 25 in Tielt (locatie). De toegang bedraagt € 3.