Meerwaarde halen uit digitale media: interview met digidokter Robrecht Gossaert

U bent hier

Home > Nieuws > Meerwaarde halen uit digitale media: interview met digidokter Robrecht Gossaert

Als digicoach van het Roeselaarse samenwerkingsverband BRoeRe geeft de 27-jarige Robrecht Gossaert vormingen over all things digital. Daarnaast is hij ook van onze digidokters die je vanaf dit najaar met raad en daad bijstaan bij alles wat je altijd wilde weten over ICT maar nooit durfde vragen. Een kennismaking.
 

Je bent ‘digicoach’ voor BRoeRE. Wat houdt die job juist in?

Als ‘digicoach’ heb ik echt wel een coachende functie, waarbij op een persoonlijke manier wordt gewerkt met de medewerkers van acht bibliotheken. Sessies over digitale onderwerpen worden frequent en op locatie gegeven, het liefst in kleine groepen. De thema’s zijn altijd gericht op het praktische, waar de medewerkers mee aan de slag moeten kunnen. 

De ‘coach’ in ‘digicoach’ is niet zomaar een hip containerbegrip, maar slaat echt wel op een andere aanpak, weg van de klassieke theoretische vormingen, met de nadruk op nabijheid, zelfredzaamheid en ondersteuning in verband met al wat digitaal belangrijk kan zijn voor de professionele context van de bibliotheekmedewerkers.
 

Waar zitten de digitale uitdagingen binnen de bibliotheekwereld?

Die bevinden zich op verschillende niveaus. Enerzijds is er nood aan een nieuw perspectief, een nieuwe maatschappelijke meerwaarde die moet worden ontwikkeld opdat de bibliotheken hun bestaansrecht kunnen verdedigen in tijden van zware financiële verantwoordingsdruk. Die meerwaarde kan ook een belangrijk digitaal aspect bevatten.

Anderzijds moet het draagvlak van de bibliotheeksector worden ondersteund in de sowieso reeds bestaande digitale ontwikkelingen van de samenleving. Dat moet je zien in het kader van de bibliotheek als kenniscentrum. Dit betekent dat de medewerkers van de bibliotheken, die dit draagvlak vormen, moeten hulp krijgen bij het werken met digitale hulpmiddelen en ontwikkelingen. Hier zit dan ook volgens mij het belang van de digicoach.
 

Je behoort tot de zogenaamde ‘Generatie Y’, geboren tussen 1982 en 2001. Sociologen en trendwatchers bestempelen generatie Y als “zeer flexibel, meesters in multi-tasking, van nature technologievaardig, gesofisticeerd en immuun voor traditionele marketingtechnieken”. Herken je jezelf en je generatiegenoten in dat beeld?

Zeker. In mijn ervaring hebben veel mensen van mijn generatie een echte feeling voor al wat digitaal is. Zelf als ze weinig vertrouwd zijn met een digitaal hulpmiddel zullen de meeste er heel snel intuïtief mee vertrouwd raken. Dit komt omdat we echt zijn opgegroeid in een digitale omgeving, waarbij we ook digitale systemen hebben zien groeien en veranderen. Deze digitale of technologische vertrouwdheid en vaardigheden, samen met de gewoonte tot multitasking, zorgt voor een generatie die heel snel mee is met de nieuwe digitale hypes en trends. 
 

Heb je de indruk dat deze niveauverschillen generatiegebonden zijn (‘digital natives’ versus ‘digital migrants’)? Of is het complexer dan dat?

Er zullen dus zeker verschillen zijn in de digitale vaardigheden tussen generaties, maar dat betekent niet dat er per definitie een causaliteit is tussen leeftijd en de digitale kennis. Een 50-plusser kan perfect even digitaal vaardig zijn als iemand van 18 jaar die is geboren als ‘digital native’.

Maar wanneer een ‘digital migrant’ digitale hulpmiddelen wil gaan gebruiken, moet hij of zij niet alleen leren om er mee te werken, maar ook vertrouwd geraken aan de digitale omgeving waarin die wordt gebruikt. Dit is dus een extra - en vaak ook belangrijke - stap; door inzicht in de digitale omgeving ga je veel intuïtiever denken en werken met de digitale hulpmiddelen en worden je digitale vaardigheden ontwikkeld. Bij oudere generaties loopt het volgens mij dikwijls fout bij deze eerste stap.

In ieder geval gaat het om een complex probleem; niveauverschillen in digitale vaardigheden zijn niet zomaar te benoemen op basis van leeftijd. Er moet echt gekeken worden naar de situatie van het individu, en hoe vertrouwd deze persoon is met digitale hulpmiddelen. Het gaat ook niet alleen om het aanleren van de knoppenkennis van de digitale omgeving, maar ook om hen vertrouwen te geven te gaan experimenteren, en die personen een kader te gaan geven waar ze zich kunnen aan optrekken.
 

ICT-vaardigheid opbouwen gaat over veel meer dan internettoegang en bezit van een laptop, tablet of smartphone. Zo zijn een kritische houding en creativiteit onontbeerlijk om ook persoonlijke meerwaarde uit digitale media te kunnen halen. Geef je in jouw workshops ook aandacht aan deze ruimere set van vaardigheden, of focus je voornamelijk op knoppenkennis? 

Het is volgens mij een feit dat mensen worden aangetrokken tot workshops voor de praktische, duidelijke vaardigheden die ze kunnen of zullen bijleren. En knoppenkennis is ook belangrijk, zonder de kennis wat te doen, geraak je moeilijk verder. Maar eens je samen zit met hen kan je ze ook méér meegeven dan enkel dat.

In de workshops als digicoach gaat het ook om het aanleren van een attitude, een manier van denken over digitale toepassingen, om mediawijsheid. Wat wil de ontwikkelaar van het programma juist bereiken? Waarom is de Windows 10-update gratis? Hoe bescherm ik mijn online privacy? 
Meer algemeen gaat het ook om zelfredzaamheid: hoe kan ik zelf op zoek gaan naar oplossingen voor toekomstige problemen? Wat doen bepaalde bedrijven met je gegevens?  Dit zijn voorbeelden van vragen waarover wordt gesproken in de workshops, naast het aanleren van de knoppenkennis. Dergelijke thema’s aanraken vind ik erg belangrijk, ze geven ook een extra dimensie aan de workshops. 
 

Interview: Merijn Supply
 

Robrecht Gossaert is als digidokter aan het werk tijdens de volgende sessies: