Digidokter: ICT-hulp in de bibliotheek

U bent hier

Home > Projecten > Digidokter: ICT-hulp in de bibliotheek
Bij de bibliotheek kan je sinds jaar en dag terecht voor informatievergaring. De laatste decennia echter geraken offline en online informatiebronnen steeds meer met elkaar verstrengeld. Bibliotheekmedewerkers krijgen van bezoekers dan ook frequent vragen over het gebruik van digitale tools. En die vragen handelen heus niet alleen over het gebruik van de catalogus.
 
Hoe kan een bibliotheek in het digitale tijdperk zijn rol blijven vervullen als steun en toeverlaat in verband met informatiegeletterdheid? Op welke manier kan je de stroom van ICT-ondersteuningsvragen stroomlijnen, zodat bibliotheekmedewerkers hun rol als 'kenniscoach' kunnen blijven vervullen, zonder erin te verdrinken?  
 
Met dit vraagstuk in gedachten werkten Bibliotheek Kortrijk en Vormingplus MZW begin 2012 een gezamenlijk initiatief uit onder de naam 'Digidokter'. Voortaan zou de bibliotheek elke maand op een zaterdagvoormiddag dienst doen als ICT-helpdesk of eerstelijns-hulpverlening voor iedereen met ICT-vragen of -problemen. Om de vragen een beetje te kanaliseren starten we telkens met een korte uiteenzetting over een bepaald onderwerp. Na de lezing (10u-11u) volgt een 'spreekuur' (in plenum) waarin je allerhande PC-vragen kunt stellen.
 
Sinds de eerste sessie in april 2012 blijkt de formule een groot succes te zijn. Zozeer zelfs dat we bij Bibliotheek Kortrijk na meer dan 40 sessies nog steeds volle zalen lokken, en dat de formule de laatste jaren is uitgebreid naar 9 andere bibliotheken in de regio Midden- en Zuid-West-Vlaanderen: Wevelgem, Zwevegem, Lange Munte (buurtbib Kortrijk), Roeselare, Staden, Ingelmunster, Avelgem, Tielt en Waregem.
 
Het publiek van de Digidokter-sessies is breed en divers: vrouwen en mannen van uiteenlopende leeftijd, kort- en langgeschoolden, gepensioneerden, OCMW-cliënten, ... Van heel wat deelnemers valt te betwijfelen of ze snel zullen deelnemen aan een 'regulier cursusaanbod' bij de CVO's, Vormingplus, of elders. Digidokter slaagt er in om (ook) een publiek te bereiken dat anders moeilijk of niet te bereiken is.
 
Wellicht komt dat omdat er tijdens de Digidokter-sessies een ongedwongen, informele sfeer heerst. De angst om een 'domme vraag' te stellen valt weg. En natuurlijk blijft het gevraagde engagement ook beperkt (een zaterdagvoormiddag van 10 tot 12).
 
Maar de Digidokter-sessies zijn laagdrempelig in nog meer opzichten:
 
  • Lage toegangsprijs

Op de meeste plaatsen leggen we de inkomprijs vast op € 5, nooit hoger. Dat we toch een toegangsprijs vragen doen we vooral om wie zich inschrijft te stimuleren effectief te komen naar de sessies. 

  • Veelgestelde vragen

De gekozen thema's sluiten steeds aan bij de interesses van een zo breed mogelijk publiek (vb: 'Mijn PC hapert - wat nu?'). 

  • Kort en bondig

Om het luchtig en behapbaar te houden beperken we de uitleg of 'informatieoverdracht' tot 1 uur, dat is een heel stuk korter dan bij een klassieke cursus of lezing. 

  • Ontspannen sfeer

We kiezen voor lesgevers die een rustig tempo hanteren, ontspannen voor een groep staan en zich goed kunnen aanpassen aan een lekenpubliek. Tijdens het interactieve vragenuurtje geven we ook aan de meest eenvoudige vragen aandacht; domme vragen bestaan niet.

  • Aanspreekbaarheid

Deelnemers met drempelvrees bieden we de mogelijkheid om na afloop van het plenum-gedeelte een vraag 'onder vier ogen' te stellen.

 
Programma
 
Een overzicht van aankomende Digidokter-sessies vind je op deze webpagina: http://www.vormingplusmzw.be/search/site?search_api_views_fulltext=digidokter
 
Meer info (persartikelen)
 
 
Contact
 
Vormingplus Midden- en Zuid-West-Vlaanderen, Wandelweg 11, KORTRIJK
Merijn Supply (ICT-verantwoordelijke), 056-260 603, merijn.supply@vormingplus.be
 

 

“Technologische trends sneller veranderen dan ons vermogen om er te kunnen mee omgaan” 

Interview met Digidokter Dries Terryn

 

Privacy op het web, bestaat dat eigenlijk wel? Wat je ook online doet: het wordt in de gaten gehouden. Persoonlijke informatie wordt verzameld en gebruikt voor commerciële doeleinden. De persoonlijke data die bedrijven als Google en Facebook op grote schaal over ons doen en laten verzamelen, wordt ingezet om te beïnvloeden wat we doen, wat we kopen en zelfs op wie we stemmen. Een beknotting van onze privacy en een beperking van onze keuzevrijheid.
 
Dries Terryn is een van de digidokters, ‘ICT-eerstehulpverleners’ die in 14 bibliotheken van het midden en zuiden van de provincie actief zijn en mensen de eerste drempels van de digitale wereld leren nemen. We spraken hem om over online privacy, hoe je die kan afschermen en over de manier waarop hij dat in zijn eigen leven aanpakt.
 
“Ik ben de ICT branche eigenlijk in gestrompeld, want van opleiding ben ik iets helemaal anders. Toen het PMS me rond het 5e of 6e leerjaar vroeg wat ik wilde doen was het antwoord nochtans onmiddellijk: computers! Informatica! Mijn ouders waren thuis tamelijk vroeg om de eerste computers aan te schaffen, en het beestje had me snel gebeten. 
Maar ik heb de internetbubble meegemaakt toen ik studeerde. Dat was rond het jaar 2000, toen veel internetbedrijfjes zich vergaloppeerden en instortten. De IT-business werd aanzien als niet-rendabel. Iedereen was toen overtuigd dat daar geen geld mee te verdienen was. Ik heb, dom genoeg, naar die aanbeveling geluisterd, ben aan de slag gegaan met cel- en genbiotechnologie en later afgestudeerd als bio-ingenieur.
Maar het IT-beestje is blijven knagen. Ik heb  mijn ganse studententijd computers in elkaar gestoken, met vallen en opstaan. Uiteindelijk ben ik via mijn oud-directeur in het onderwijs beland, om er les te geven en later in de Sint Jorisschool in Menen als ICT-coördinator." 
 
Wat doe je dan precies?

Een IT-coördinator doet eigenlijk van alles, want er is nog geen statuut voor. Dat is een pijnpunt; men sprokkelt die uren uit andere potjes en men maakt daar dan Bijzondere Pedagogische Taken van, dus  alles wat je doet naast het lesgeven of het puur ondersteunend personeel. Omdat informatici tegenwoordig snel door bedrijven worden weggekaapt, hebben scholen het echt moeilijk om een wiskunde- of ICT-leerkracht die ziek valt of op pensioen gaat, te vervangen. Dus ben ik opnieuw toegepaste informatica beginnen doceren in Menen.

 
Hoe wordt online privacy aangebracht in de school?

Privacy en online veiligheid komt vooral aan bod in de eerste jaren. Later wordt dat eerder in de marge meegegeven. Door het nieuwe onderwijssysteem valt dat weg: men verwacht dat privacy en online veiligheid in alle lessen aan bod komen. Maar dat is een gevaarlijke stap, vind ik. Op papier is het mooi, maar het wordt in de schoenen geschoven van leerkrachten die er minder van kennen. Ik heb daar wat mijn twijfels rond, het thema raakt zo in verdunde vorm tot bij de leerlingen. Want ik blijf versteld staan hoe weinig jongeren daar bij stilstaan, hoe naïef ze wel niet zijn, en dat geldt voor alle leeftijden.

 
Heb je negatieve ervaringen met online privacy?

Op het werd hadden we ooit last van een cryptolocker, toen we terugkwamen uit vakantie. Daar wordt een mens redelijk machteloos van, maar wat je dan moet doen is rustig blijven. Heel veel bedrijven betalen de gevraagde bitcoins, maar dat is niet de beste oplossing. Je voedt zo een sector, die op zijn elan zal verder doen, met méér middelen. En je bent ook nooit zeker dat er geen nieuw virus is klaargezet eenmaal je betaald hebt. Dan hang je aan een soort baxter en is het beter om de bittere pil te slikken en te hopen dat je ergens een backup hebt staan, waardoor je toch een deel van je bestanden kan redden. 

Het probleem is: een school is een middelgroot bedrijf, en daar staat 1 ICT-medewerker in voor alles. Dat is niet realistisch. Daarbij komt dat je met tientallen leerlingen zit die wel al eens iets willen uitproberen. Dat zijn een 200-tal bèta-testers, zonder dat je dat wil (lacht). De evoluties op IT-vlak gaan zodanig snel dat het disproportioneel geworden is om dat allemaal bij 1 iemand te leggen.
 
Zijn clouddiensten een oplossing? 

Niet langer werken met een omslachtige server en overschakelen naar een clouddienst (OneDrive bvb) is bijna onvermijdelijk geworden. Het voordeel is: je hebt automatisch een backup, het enige wat kan gebeuren is een virus of cryptolocker, al denk ik dat bvb. een OneDrive of Dropbox daar wel tegen gewapend zijn. Het is gebruiksgemak én noodzaak. 

Ik krijg vaak die vraag tijdens Digidokter-sessies: moet ik een antivirus installeren? Dan zeg ik altijd: je moet jezelf kennen. Klik je soms te snel op een ‘ja’ zonder dat je gelezen hebt waar het over gaat? De meesten moeten daar ‘ja’ op antwoorden. Als je niet kritisch genoeg bent, installeer je best een antivirus. Jammer genoeg bieden vooral commerciële antivirussen goeie bescherming tegen cryptolockers en phishing. De standaard Windows Defender is heel goed tegen de klassieke virussen en ook tegen cryptolockers, maar beschermt niet goed tegen phishing. Het is ook logisch: bedrijven die geld vragen kunnen ook geld investeren in het snel detecteren van nieuwe virussen. Daar ligt Windows Defender, als gratis dienst, minder van wakker. 
Waar ik echt van sta te kijken is de toename van spam, en dan noem ik mezelf nog heel voorzichtig en doe ik bvb. nooit mee aan online wedstrijden. Je zit hoe dan ook snel in die mallemolen, wellicht omdat je ooit op een website je mailadres achterliet die iets te gemakkelijk te bereiken was en die mailinglijsten doorverkocht. 
Zeker 80 % van mijn mails is spam. Dat is een enorm tijdverlies. Daar wordt niet echt iets tegen gedaan, en daar valt ook niet veel tegen te doen. De invoering van GDPR is een poging van Europa om dat aan banden te leggen, maar het wordt voorlopig ook niet echt gecontroleerd. Het blijft een beetje een scheet in een fles, om het even plastisch uit te drukken.
 
Je bent een ouder van twee kinderen. Hoe ga je in gezinscontext mee om?

Door het herstellen van laptops en smartphones kom ik veel in contact met mensen die er ofwel heel intensief gebruik van maken, ofwel beslissen om het te houden bij 1 gsm bij voor het oudste kind. Dat is bij ons ook zo: er is 1 computer in de leefruimte, waar je al voorbijlopend constant visuele controle kan doen. En daar mag op gewerkt en gespeeld worden door de kinderen, gedurende een vooraf afgesproken tijd. Al de rest houden we nu nog tegen, maar dat is echt niet eenvoudig. Mijn jongste zoon zit vaak op YouTube, en dan zie ik hem soms klikken op ‘vind ik leuk’ en zich abonneren op videokanalen. Dan vraag ik waarom hij dat doet. Ik ga daarover in gesprek en daardoor begint hij wel stil te staan bij zijn gedrag. Als ik hem spelletjes laat spelen, moet het steeds een groepsactiviteit zijn: ofwel samen met zijn broer, of online met vriendjes die we kennen. 

Ik merk dat daar in andere gezinnen heel los wordt mee omgegaan, soms té los. Veel mensen beseffen niet wat de impact hiervan is op kinderen en jongeren. Vaak begint het met het afdankertje van de ouders dat aan de kinderen wordt gegeven. Al snel zie ik hoe enkel het scherm die jongeren nog interesseert. 
Veel ouders denken dat het allemaal geen kwaad kan, maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat het wel kwaad kan. Ik heb daar schrik voor, zeker omdat je merkt dat er een team van marketeers achter dat schermpje verstopt zit, en psychologen die perfect weten hoe je iemand betrokken kan houden. Niet alleen kinderen en jongeren trouwens.
 
We gooien ook veel persoonlijke gegevens te grabbel die vervolgens geëxploiteerd worden. Hoe kijk je daar tegen aan?

Je moet daar nuchter in zijn: veel van je gegevens gooi je te grabbel. En je moet ergens beseffen: als je geen al te grote geheimen hebt, hoef je daar niet bang voor te zijn. Maar ik vrees dat grote techbedrijven als Facebook, Google, Microsoft ‘too big too fail’ geworden zijn. We zijn de trappers aan het verliezen. Dat is mijn angst: we hebben de middelen, en ik geloof niet dat het enkel een kwestie is van ermee te leren omgaan. Ik zie de trends sneller veranderen dan ons vermogen om er te kunnen mee omgaan. 

 
 
Periode: 
juli, 2019