Maandag de laatste avond in de reeks 'Vrij-Spraak', met de kers op de taart, Rob Devos over Foucault en het idee 'van je leven een kunstwerk te maken' .
Rob Devos kent het werk van Foucault al jaren, hij publiceerde over Foucault o.a. 'Macht en verzet', en dat was er maandagavond aan te merken. Een verhaal dat mooi gestructureerd was en levendig gebracht, academisch onderbouwd én met een persoonlijke insteek.
Het denken van Foucault is niet simpel, wat hij beweert botst nogal eens met 'gewone' of al te naïeve, vanzelfsprekende aannames. Maar die botsing maakt zijn denken des te prikkelender. Ook al mag het voor mij soms wat herkenbaarder, maar dat zal helemaal aan mij liggen, als het te abstract of te conceptueel wordt, vind ik het soms wat te veel Spielerei. Maar een filosoof is natuurlijk geen politicus of maatschappelijk werker.
Zijn ondertussen bekende voorstelling van de macht die productief is en niet enkel repressief, blijft interessant. Het is geen zwart-witverhaal. Er zijn niet enkel daders en slachtoffers. De 'auteur' van de macht is ook niet zomaar met de vinger aan te duiden. En macht veronderstelt ook vrijheid, vrijheid waardoor mensen zich inpassen in een systeem, dat zorgt er vook voor dat macht niet het zelfde is als geweld. Rob Devos bracht het allemaal veel genuanceerder, dit is niet de plaats om dat volledig te herhalen.
Tussendoor gaf hij ook rake opmerkingen, soms terloops. Af en toe liet hij iets horen van de kleine kantjes van de academische wereld. De universiteit is ook een bedrijf (geworden).
Trouwens op donderdag 20 mei geeft hij zijn laatste les in Kortrijk.
Voor de grote lijnen verwijs ik ook naar zijn boek 'Macht en verzet. Het subject in het denken van Michel Foucault.'
Alleen twee dingen wil ik hier nog kwijt, zijn uitspraak over de strategie van ontmaskering zal me ook bijblijven en is ook voor het vormingswerk relevant. Wat hij zei, was iets in die aard (sorry, een letterlijke weergave heb ik niet): “Ik ben opgegroeid met een filosofie die voortdurend ontmaskerde, ze leverde een ontmaskering van het gerecht, een ontmaskering van de religie, een ontmaskering van de politiek en van de macht, zelfs een ontmaskering van de filosofie als ideologie … maar daarmee dreig je te eindigen als een zeurderige, cynische mens die even machteloos als betweterig preekt. Ik heb besloten om alleen nog maar een positief mensbeeld te huldigen.” Dit was alleszins de teneur van deze beschouwing, een ontmaskering van de ontmaskering als het ware. Het lijkt me ook een open denken, en loopt niet het gevaar zich op te sluiten in het eigen grote gelijk. Dat is interessant voor alle instanties die zich kritisch menen op te stellen, maar die daarin al eens verzanden in eenrichtingsverkeer. Kritiek is niet het einde.
Een ander mooi onderwerp was dat van de Parrèsia, het zogenaamde vrijmoedig spreken van de waarheid, dat de Grieken huldigden. Devos maakte een verwijzing naar Karel De Gucht en le franc-parler. Hij vergeleek het huidige belang dat aan 'vrije meningsuiting' wordt gehecht (alles moet kunnen gezegd worden) met een vorm van 'ontlasting'... Beiden zijn nogal gratuit en hebben weinig met een dialoog te maken. Een duidelijke metafoor, en dat staat toch nogal ver af van het belang van openhartigheid en waarheid die in de Griekse Parrèsia voorop stonden.